woensdag 22 februari 2012 ..:: School » Pestprotocol ::..   Inloggen
 Pestprotocol Minimaliseren


Pestprotocol

St.Egbertus St.Radboudschool

 

Pesten op school, hoe ga je er mee om?                        


Plagen of pesten

Pesten is bedreigend en het gebeurt niet zomaar een keer, maar iedere dag weer, soms een jaar of langer achter elkaar. Bij pesten wordt een slachtoffer uitgezocht om de baas over te spelen op een heel bedreigende en gemene manier. De pestkop misbruikt zijn macht.


Meestal hebben de pestende kinderen niet in de gaten hoe afschuwelijk het pesten is voor degene die gepest wordt. Terwijl het gepeste kind vreselijk bang is voor de pauze of niet op straat durft te spelen, ziet de pester het als een lolletje.

Pesten lijkt dus op plagen maar er zijn grote verschillen.


Het verschil:

Iemand van zijn fiets aftrekken: dat kan plagen zijn. Maar ook pesten. Het is plagen als de kinderen aan elkaar gewaagd zijn: de ene keer doet de een iets onaardigs, een volgende keer is het een ander. Het is een spelletje, niet altijd leuk, maar nooit echt bedreigend. Bovendien duurt het nooit echt lang. Door elkaar te plagen leer je zelfs om met conflicten om te gaan. Het hoort bij het groot worden.


Pesten kan beginnen als een spelletje, als iets leuks om te doen. Het gepeste kind voelt zich erg ongemakkelijk door het pesten. Het lukt hem/haar niet terug te plagen, een grapje te maken of onverschillig te blijven. Degene die gepest wordt, wordt heel erg bang en verdrietig en voelt zich hulpeloos. Vaak is er een groepje kinderen dat meedoet met de pestkop, ze lachen wanneer de pester iets gemeens doet maar durven zelf niets te doen.


Pesten komt helaas op iedere school voor, ook bij ons.

Het is een probleem dat wij onder ogen zien en op onze school serieus aan willen pakken.

Pesten dient als probleem te worden gezien door alle direct betrokken partijen:

*leerlingen (gepeste kinderen, pesters en de zwijgende groep)

*leerkrachten en de ouders/ verzorgers (hierna genoemd: ouders)


De school moet proberen pestproblemen te voorkomen. Los van het feit of pesten wel of niet aan de orde is, moet het onderwerp pesten met de kinderen bespreekbaar worden gemaakt, waarna met hen regels worden vastgesteld.


Als pesten optreedt, moeten leerkrachten (in samenwerking met de ouders) dat kunnen signaleren en duidelijk stelling nemen

 

Wanneer pesten ondanks alle inspanningen toch weer de kop opsteekt, moet de school beschikken over een directe aanpak.

Hoe willen wij daar mee omgaan?

 

  • Op school hanteren we de vijf sporen aanpak. Alle partijen die met pesten te maken hebben worden hierbij betrokken. Hieronder wordt aangegeven wat we als school doen naar de vijf partijen.


Het gepeste kind

* Luister naar het gepeste kind en neemt haar/zijn probleem serieus

* Bied steun aan het dat kind gepest wordt

* Het gepeste kind mag zich geen slachtoffer blijven voelen, probeer hem

weerbaar te maken.

* Spreek af dat je na veertien dagen weer een gesprek met hem hebt.


De pester

* Maak de pester bewust van de effecten van zijn gedrag. Vraag hoe hij zich zou

voelen in een dergelijke situatie.

* Spreek af dat je na veertien dagen weer een gesprek met hem hebt.

* Gaat het pesten toch nog door, tref dan een maatregel/straf

* Zorg dat het kind deskundige hulp krijgt, bijv. sociale vaardigheidstraining


De middengroep betrekken:

In de klas weten alle klasgenoten wie er gepest wordt en wie er pest. Toch praten zij er niet over

* Praat met deze kinderen over pesten en hun eigen rol daarbij.

* leer ze met kleine groepjes op te treden als zij getuige zijn van pesten.


Het schoolteam

Van belang is dat de school zich bewust wordt van het pestprobleem en stelling neemt tegen het pesten. Zie de quickscan voor alle elementen.

Elke periode wordt er in de teamvergadering een inventarisatie gemaakt van de pestdossiers.


Ouders:

* Ouders van gepeste kinderen serieus nemen. Zij hebben al een lange weg bewandeld voordat zij naar school gaan.

* Ouders van pesters aanspreken

*In samenwerking tussen school en ouders het pestprobleem aanpakken. De inbreng van ouders blijft bij voorkeur beperkt tot het aanreiken van informatie, tot het geven van suggesties, en tot het ondersteunen van de aanpak van de school.


  • Het voorbeeld van de leerkrachten (en thuis de ouders) is van groot belang. Er zal minder gepest worden in een klimaat waar duidelijkheid heerst over de omgang met elkaar, waar verschillen worden aanvaard en waar ruzies niet met geweld worden opgelost maar uitgesproken.

Agressief gedrag van leerkrachten, ouders en de leerlingen wordt niet

geaccepteerd. Leerkrachten horen duidelijk stelling te nemen tegen dergelijke

gedragingen.


  • Een effectieve methode om pesten te stoppen of binnen de perken te houden, is het afspreken van regels .




Regels die gelden in alle groepen:


We behandelen elkaar met respect


Naar school gaan moet voor iedereen plezierig zijn, bijvoorbeeld:

- We helpen elkaar zoveel mogelijk

- We behandelen een ander zoals we zelf graag behandeld willen worden

- We letten op ons taalgebruik

- We zorgen ervoor dat iedereen zich veilig voelt op school

- We zijn beleefd tegen alle volwassenen in school

 


We storen elkaar zo min mogelijk


In school moet het rustig zijn, bijvoorbeeld:

- We gaan rustig naar binnen.

- We lopen normaal door de gang.

- In de klas zitten we rustig op onze plaats

- We gebruiken onze stem normaal.



We gaan zorgvuldig met onze spullen en die van anderen om


De school moet netjes zijn, bijvoorbeeld:

- We gooien afval in de vuilnisbak

- We hangen jassen op aan de kapstok

- We zorgen ervoor dat ons kastje er netjes uitziet

- We ruimen onze rommel op

- We kunnen erop vertrouwen dat er niemand aan onze spullen komt.

- We zijn zuinig op de spullen van de school.



We lossen problemen samen op


De school moet veilig zijn, bijvoorbeeld:

- Als we een meningsverschil hebben praten we erover.

- Als ons probleem te groot is schakelen we de leerkracht in.

- We vermijden spelletjes waarbij we elkaar pijn kunnen doen.

- Als we ons onveilig voelen mogen we dat tegen de leerkracht zeggen.

- We helpen iemand die verdrietig, bang of alleen is.


Aan het begin van het schooljaar maken de leerkracht(en) samen met de leerlingen afspraken voor een veilige sfeer in de groep.


Aanpak van de ruzies en pestgedrag in vier stappen:

Wanneer leerlingen ruzie met elkaar hebben en/of elkaar pesten proberen zij en wij:

 

STAP 1:

 

Er eerst zelf ( en samen) uit te komen.


STAP 2:

 Op het moment dat een van de leerlingen er niet uitkomt ( in feite het onderspit delft en verliezer of zondebok wordt) heeft deze het recht en de plicht het probleem aan de leerkracht voor te leggen.

 

STAP 3:

 De leerkracht brengt de partijen bij elkaar voor een verhelderingsgesprek en probeert samen met hen de ruzie of pesterijen op te lossen en (nieuwe) afspraken te maken.

Ook wordt er een pestdossier aangemaakt voor de gepeste en de pester. Indien nodig worden ouders op de hoogte gebracht.


 STAP 4:

 Bij herhaaldelijke ruzie/ pestgedrag neemt de leerkracht duidelijk stelling en houdt een bestraffend gesprek met de leerling die pest /ruzie maakt. De fases van bestraffen treden in werking (zie bij consequenties).

Bij de een herhaalde melding in de map worden de ouders op de hoogte gebracht van het ruzie-pestgedrag. Leerkracht(en) en ouders proberen in goed overleg samen te werken aan een bevredigende oplossing.


 

De leerkracht biedt altijd hulp aan de gepeste en begeleidt de pester, indien nodig in overleg met de ouders en/of externe deskundigen.

 

Consequenties:

De leerkracht neemt duidelijk een stelling in.

De straf is opgebouwd in 5 fases; afhankelijk hoelang de pester door blijft gaan met zijn/ haar pestgedrag en geen verbetering vertoont in zijn / haar gedrag:

 

FASE 1:

  • Door gesprek: bewustwording van wat hij met het gepeste kind uithaalt

  • Een of meerdere pauzes binnen blijven

  • Nablijven tot alle kinderen naar huis vertrokken zijn.

  • Een schriftelijke opdracht zoals een stelopdracht over de toedracht en zijn rol in het pestprobleem

  • Afspraken maken met de pester over gedragsveranderingen. De naleving van deze afspraken komen aan het einde van iedere week (voor een periode) in een kort gesprek aan de orde.


FASE 2:

  • Een gesprek met de ouders, als voorgaande acties op niets uitlopen. De medewerking van de ouders wordt nadrukkelijk gevraagd om een einde aan het probleem te maken. De school heeft alle activiteiten vastgelegd in een pestdossier van het kind en de school heeft al het mogelijke gedaan om een einde te maken aan het pestprobleem.


FASE 3:

  • Bij aanhoudend pestgedrag kan deskundige hulp worden ingeschakeld zoals sociale vaardigheidstraining, de schoolarts van de GGD of schoolmaatschappelijk werk.


Fase 4:

  • Bij aanhoudend pestgedrag kan er voor gekozen worden om een leerling tijdelijk in een andere groep te plaatsen, binnen de school. Ook het (tijdelijk) plaatsen op een andere school behoort tot de mogelijkheden.


Fase 5:

  • In extreme gevallen kan een leerling geschorst of verwijderd worden.      

( zie hiervoor het protocol – toelaten, schorsen en verwijderen leerlingen))



Begeleiding van de gepeste leerling:

 

  • Medeleven tonen en luisteren en vragen: hoe en door wie wordt er gepest

  • Nagaan hoe de leerling zelf reageert, wat doet hij/zij voor tijdens en na het pesten

  • Huilen of heel boos worden is juist vaak een reactie die een pester wil uitlokken.

  • De leerling in laten zien dat je op een andere manier kunt reageren.

  • Zoeken en oefenen van een andere reactie bijvoorbeeld je niet afzonderen

  • Het gepeste kind in laten zien waarom een kind pest.

  • Nagaan welke oplossing het kind zelf wil

  • Sterke kanten van de leerling benadrukken

  • Belonen (schouderklopje) als de leerling zich anders/beter opstelt

  • Praten met de ouders van de gepeste leerling en de ouders van de pester(s)

  • Het gepeste kind niet overbeschermen bijvoorbeeld naar school brengen of ‘ik

  • zal het de pesters wel eens gaan vertellen’. Hiermee plaats je het gepeste kind juist in een uitzonderingspositie waardoor het pesten zelfs nog toe kan nemen.

  • Inschakelen hulp; sociale vaardigheidstrainingen ; Jeugdgezondheidszorg; huisarts; GGD


Begeleiding van de pester:

 

  • Praten; zoeken naar de reden van het ruzie maken/ pesten (baas willen zijn, jaloezie, verveling, buitengesloten voelen)

  • Laten inzien wat het effect van zijn/ haar gedrag is voor de gepeste.

  • Excuses aan laten bieden

  • In laten zien welke sterke (leuke) kanten de gepeste heeft

  • Pesten is verboden in en om de school: wij houden ons aan deze regel; straffen als het kind wel pest – belonen (schouderklopje) als kind zich aan de regels houdt.

  • Kind leren niet meteen kwaad te reageren, leren beheersen, de ‘stop-eerst-nadenken-houding’ of een andere manier van gedrag aanleren.

  • Contact tussen ouders en school; elkaar informeren en overleggen. Inleven in het kind; wat is de oorzaak van het pesten?

  • Zoeken van een sport of club; waar het kind kan ervaren dat contact met andere kinderen wel leuk kan zijn.

  • Inschakelen hulp; sociale vaardigheidstrainingen ; Jeugdgezondheidszorg; huisarts; GGD

 

Adviezen aan de ouders:

 Ouders van gepeste kinderen:


  1. Houd de communicatie met uw kind open, blijf in gesprek met uw kind.

  2. Als pesten niet op school gebeurt, maar op straat, probeert u contact op te nemen met de ouders van de pester(s) om het probleem bespreekbaar te maken.

  3. Pesten op school kunt u het beste direct met de leerkracht bespreken

  4. Door positieve stimulering en zgn. schouderklopjes kan het zelfrespect vergroot worden of weer terug komen.

  5. Stimuleer uw kind tot het beoefenen van een sport

  6. Steun uw kind in het idee dat er een einde aan het pesten komt

Ouders van pesters:


  1. Neem het probleem van uw kind serieus

  2. Raak niet in paniek: elk kind loopt kans pester te worden

  3. Probeer achter de mogelijke oorzaak te komen

  4. Maak uw kind gevoelig voor wat het  anderen aandoet

  5. Besteed extra aandacht aan uw kind

  6. Stimuleer uw kind tot het beoefenen van een sport

  7. Corrigeer ongewenst gedrag en benoem het goede gedrag van uw kind

  8. Maak uw kind duidelijk dat u achter de beslissing van school staat

Alle andere ouders:


  1. Neem de ouders van het gepeste kind serieus

  2. Stimuleer uw kind om op een goede manier met andere kinderen om te gaan

  3. Corrigeer uw kind bij ongewenst gedrag en benoem goed gedrag.

  4. Geef zelf het goede voorbeeld

  5. Leer uw kind voor anderen op te komen.

  6. Leer uw kind voor zichzelf op te komen

 Dit PESTPROTOCOL heeft als doel:


Alle kinderen mogen zich in hun basisschoolperiode veilig voelen, zodat

zij zich optimaal kunnen ontwikkelen”


 Door regels en afspraken zichtbaar te maken kunnen kinderen en volwassenen, als er zich ongewenste situaties voordoen, elkaar aanspreken op deze regels en afspraken

Door elkaar te steunen en wederzijds respect te tonen stellen we alle kinderen in de gelegenheid om met veel plezier naar school te gaan!

Leerkrachten en de medezeggenschapsraad onderschrijven gezamenlijk dit PESTPROTOCOL

 

 








 

 

 



    
Copyright (c) 2012 St.Egbertus / St. Radboud school   Gebruiksovereenkomst  Privacybeleid